1 Vertrouw op de Heer met geheel je hart, en vertrouw niet op eigen inzicht. Spreuken 3:5 2 Erken Hem op al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken. Spreuken 3:6 3 Als uw vijand hongerig is, geef hem voedsel te eten. Als hij dorstig is, geef hem water te drinken. Spreuken 25:21 4 Wie kan een vrouw met nobel karakter vinden ? Zij is meer waard dan robijnen. Spreuken 31:10 5 Door gebrek aan overleg valt een staat, maar vele adviseurs maken de overwinning zeker. Spreuken 11:14 6 Ontzag voor God is het begin van wijsheid. Spreuken 1:7 7 Charme is misleidend en schoonheid verdwijnt, maar een vrouw die de Heer vreest is geprezen. Spreuken 31:30 8 Zoals ijzer zich scherpt met ijzer, zo scherpt men elkaar. Spreuken 27:17 9 Hij die een vrouw vindt heeft iets goeds gevonden, en ontvangt een gunst van de Heer. Spreuken 18:22 10 Oren die horen en ogen die zien. De Heer heeft ze beide gemaakt. Spreuken 20:12 11 Wees hier zeker van; de slechten zullen niet ongestrafd blijven. Spreuken 11:21 12 Een vrouw met een nobel karakter is de kroon van haar man. Spreuken 12:4 13 Mensen verachten een dief niet als hij een brood steelt om zijn honger te stillen. Spreuken 6:30 14 De schuldige vrijspreken en de onschuldige veroordelen; de Heer verfoeit ze beide. Spreuken 17:15 15 Een genereus man zal bloeien. Hij die anderen verfriste, zal zelf worden verfrist. Spreuken 11:25 16 Een vrolijk hart is goed medicijn. Spreuken 17:22 17 Grijs haar is een kroon van pracht. Het wordt verworven door een rechtvaardig leven. Spreuken 16:31 18 De vrucht van de rechtvaardige is een boom van leven, en die zielen wint is wijs. Spreuken 11:30 19 De ogen van de Heer zijn overal. Ze houden de slechten en de goeden in de gaten. Spreuken 15:3 20 Als een stad van wie de muren zijn afgebroken, is een man die zijn zelfbeheersing verliest. Spreuken 25:28 21 Antwoord een dwaas niet naar zijn dwaasheid, anders zul je als hem worden. Spreuken 26:4 22 Antwoord een dwaas naar zijn dwaasheid, anders zal hij wijs lijken in eigen ogen. Spreuken 26:5 23 Maak plannen door advies in te winnen. Spreuken 20:18 24 Laat liefde en trouw je nooit verlaten, bind ze om je nek, schrijf ze op in je hart. Spreuken 3:3
25 Het onderwijs van de wijze is een fontein van leven. Spreuken 13:14 26 Wat is de zin van geld in de hand van een dwaas aangezien hij geen wijsheid wil krijgen? Spreuken 17:16 27 Hij die wandelt met de wijze wordt wijs. Spreuken 13:20 28 Het gebed van de oprechte behaagt Hem. Spreuken 15:8 29 De tong heeft de kracht van leven en dood. Spreuken 18:21 30 Als een man een kuil graaft, zal hij er zelf in vallen. Spreuken 26:27 31 Geef bier aan die sterven, geef wijn aan hen die in problemen zijn.   Laat ze drinken en hun problemen vergeten. Spreuken 31:6 32 De naam van de Heer is als een sterke toren. De rechtvaardige rent er heen en is veilig. Spreuken 18:10 33 Hij die zijn kind de roede onthoudt, haat zijn zoon, maar wie van zijn zoon houdt, disciplineert hem. Spreuken 13:24 34 Plannen mislukken door gebrek aan overleg, maar met veel raadgevers slagen ze. Spreuken 15:22 35 Vier dingen die statig zijn in hun wandel; de leeuw, een trotse haan, de geitenbok en de koning. Spreuken 30:29 36 Als trots komt, dan komt schande, maar met nederigheid komt wijsheid. Spreuken 11:2 37 Zwerf niet af naar links of rechts. Ontwijk met je voeten het kwaad. Spreuken 4:27 38 Verhoog jezelf niet in de aanwezigheid van de koning. Het is beter dat hij zegt: kom, hier boven. Spreuken 25:6 39 Schep niet op over morgen, want je weet niet wat op een dag zal gebeuren. Spreuken 27:1 40 Het pad van de rechtvaardige is als de morgenlicht, steeds helderder tot het volle licht van de dag. Spreuken 4:18 41 Geef me noch armoede noch rijkdom, maar geef me slechts mijn dagelijks brood. Spreuken 30:8 42 De lippen van een overspelige druipen van honing en haar spraak is zachter dan olie,   maar uiteindelijk is ze bitter als gal. Spreuken 5:3 43 Er zijn zes dingen die de Heer haat: hoogmoedige ogen, een liegende tong, handen die onschuldig bloed   vergieten, een hart dat slechte plannen smeedt, voeten die snel rennen in het kwaad, een valse getuige   die leugens spreekt en een man die ruzie maakt tussen broeders. Spreuken 6:16 44 Het huis van de overspelige is een snelweg naar het graf. Spreuken 7:27 45 Vier zijn er die nooit zeggen genoeg; het graf, de onvruchtbare schoot, uitgedroogd land en vuur. Spreuken 30:15 46 De Heer disciplineert wie Hij liefheeft. Spreuken 3:12 47 Laat een ander je prijzen, en niet je eigen mond. Spreuken 27:2 48 De Heer laat de rechtvaardigen niet hongerig worden. Spreuken 10:3 49 Aangename woorden zijn als een honingzeem; zoet voor de ziel en genezend voor de botten. Spreuken 16:24
50 Hij die zijn zonden bedekt, bloeit niet, maar hij die belijdt en afziet van zijn zonden ontvangt genade. Spreuken 28:13 51 Welvaart is waardeloos op de dag van het oordeel, maar rechtvaardigheid redt van de dood. Spreuken 11:4 52 De beweegredenen van een man zijn diepe wateren, maar een wijs man weet ze op te diepen. Spreuken 20:5 53 Raad en goed oordeel zijn van Mij. Ik heb kennis en macht. Spreuken 8:14 54 Rechtvaardigheid verhoogt een land, maar zonde is een schande voor het volk. Spreuken 14:34 55 Beter een goede buur, dan een verre vriend. Spreuken 27:10 56 Bij mij zijn rijkdom en eer, langdurige welvaart en bloei. Spreuken 8:18 57 Kleinkinderen zijn de kroon van de oudere, en ouders zijn de trots van hun kinderen. Spreuken 17:6 58 Vier dingen die ik niet begrijp; de weg van een adelaar in de lucht, de gang van een slang   over een rots, de vaart van een schip over de zee, en de weg van een man met een vrouw. Spreuken 30:18 59 Als een man zijn oren sluit voor de roep van de armen, dan zal ook zijn roep niet beantwoord worden. Spreuken 21:13 60 De mond van de rechtvaardige is een bron van leven. Spreuken 10:11 61 Met zijn mond maak de ongelovige zijn buurman kapot. Spreuken 11:9 62 Ik houd van hen die van mij houden. Zij die mij zoeken, vinden mij. Spreuken 8:17 63 Beter een maaltijd met groenten waar liefde is, dan een vet kalf waar haat is. Spreuken 15:17 64 The spreuken van Salomo, zoon van David, koning van Israel, om wijsheid en discipline te verkrijgen. Spreuken 1:1 65 De correcties van discipline zijn de weg van het leven. Spreuken 6:23 66 Een goede naam is meer gewenst dan grote rijkdommen. Gewaardeerd zijn is beter dan zilver of goud. Spreuken 22:1 67 Een wijze zoon brengt vreugde aan zijn vader, maar een dwaze zoon brengt zijn moeder verdriet. Spreuken 10:1 68 Een slaapje hier, een tukje daar , beetje de handen vouwen, en armoede overvalt je als een dief. Spreuken 6:10 69 Een rechtvaardig man zorgt voor de behoeften van zijn dieren. Spreuken 12:10 70 Beter een geduldig man, dan een strijder, beter een man die zich beheerst, dan die een stad inneemt. Spreuken 16:32 71 Een zacht antwoord laat woede wegvloeien. Spreuken 15:1 72 Gezegend is hij die omziet naar de arme. Spreuken 14:21 73 Achteloze woorden doorsnijden als een zwaard, maar de tong van de wijze brengt genezing. Spreuken 12:18 74 Draag uw plannen op aan de Heer en ze zullen slagen. Spreuken 16:2
75 Hij die met zijn ogen knippert, plant perversiteit. Spreuken 16:30 76 Luister mijn zoon naar je vaders instructie en leg het onderwijs van je moeder niet naast je neer. Spreuken 1:8 77 Een man die overspel pleegt mist inzicht. Wie dit doet vernietigt zichzelf. Spreuken 6:32 78 Boven alles, bescherm je hart. Het is de bron van het leven. Spreuken 4:23 79 Luie handen maken een man arm, actieve handen brengen welvaart. Spreuken 10:4 80 Ieder hart kent zijn eigen verdriet, en niemand anders kan zijn vreugde delen. Spreuken 14:10 81 In zijn hart plant de man zijn loop, maar de Heer bepaalt zijn stappen. Spreuken 16:9 82 Langverwachte hoop maakt het hart ziek, maar een vervulde wens is een boom van leven. Spreuken 13:12 83 Bedachtzaamheid zal je beschermen en begrip zal je bewaken. Spreuken 2:11 84 De luiaard zegt, Er is een leeuw buiten, of, Ik zal vermoord worden op de straat. Spreuken 22:13 85 Heb geen leedvermaak wanneer je vijand valt. Spreuken 24:17 86 De zegen van de Heer maakt rijk, en Hij voegt er geen problemen aan toe. Spreuken 10:22 87 Eer de Heer met uw welvaart, met de eerstelingen van uw oogst. Spreuken 3:9 88 Als een hond die terugkeert naar zijn braaksel, is een dwaas die zijn dwaasheid herhaalt. Spreuken 26:11 89 Wie heeft al de einden der aarde tot stand gevracht ? Wat is Zijn naam en de naam van Zijn Zoon ? Spreuken 30:4 90 Beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die vol leugens zit. Spreuken 28:6 91 Doe perverse spraak weg en houdt corrupte woorden op afstand. Spreuken 4:24 92 Train een kind in de manier hij moet gaan, en wanner hij oud is, zal hij deze niet meer verlaten. Spreuken 22:6 93 Zeg tegen wijsheid, Jij bent mijn zuster, en zeg tegen kennis, jij bent mijn neef. Spreuken 7:4 94 Als een dolleman is iemand die zijn buurman bedriegt en zegt, het was slechts een grap. Spreuken 26:18 95 Hoewel een rechtvaardige zeven maal valt, staat hij weer op. Spreuken 24:16 96 Koop de waarheid en verkoop deze niet. Verkrijg wijsheid, discipline en kennis. Spreuken 23:23 97 Waar er geen openbaring is, leggen mensen het juk af. Spreuken 29:18 98 Beter een open waarschuwing, dan verborgen liefde. Spreuken 27:5 99 Vrees voor mensen zal een strik zijn, maar wie vertrouwt op de Heer blijft veilig. Spreuken 29:25 100 Hij die de arme bespot, veracht hun Maker. Spreuken 17:5